Noodverlichting & Veiligheidssignalisatie
Noodverlichting en veiligheidssignalisatie zijn levensreddende systemen die ervoor zorgen dat personen bij brand, stroomuitval of rookontwikkeling de weg naar buiten kunnen vinden. De Belgische wetgeving stelt strikte eisen aan deze systemen.
De noodverlichting omvat twee componenten: vluchtwegverlichting (die de vluchtroute zelf verlicht) en anti-paniekverlichting (die grote open ruimtes verlicht). De minimale verlichtingssterkte op de vluchtweg bedraagt 1 lux op vloerniveau, gemeten langs de hartlijn van de route. Anti-paniekverlichting moet minstens 0,5 lux bieden over het volledige vloeroppervlak.
Veiligheidssignalisatie omvat de groene pictogrammen die nooduitgangen en vluchtwegen aanduiden conform ISO 7010. Deze kunnen verlicht (intern of extern) of nalichtend (fotoluminescent) zijn. In de Belgische Basisnormen wordt verlichte signalisatie vereist in gebouwen waar veel personen aanwezig zijn of in complexe gebouwen.
De norm NBN EN 1838 bepaalt de technische eisen voor noodverlichting, terwijl de plaatsing wordt voorgeschreven door de Basisnormen. Noodverlichtingsarmaturen moeten worden geplaatst bij elke uitgang, richtingsverandering, kruising van gangen, nabij trappen, nabij EHBO- en brandbestrijdingsmiddelen, en bij elke finale uitgang naar buiten.
Moderne noodverlichtingssystemen zijn vaak voorzien van automatische zelftestfunctionaliteit die dagelijks een korte test en maandelijks een langere test uitvoert, met rapportage naar het gebouwbeheersysteem. Dit vereenvoudigt het onderhoud maar ontslaat de gebouwbeheerder niet van de jaarlijkse volledige autonomietest.