Detectie & Alarm

    Draagbare Blusmiddelen

    Draagbare blusmiddelen — brandblussers en brandslangenhaspels — vormen de eerste verdedigingslinie bij het ontstaan van een brand. Ze stellen aanwezige personen in staat om een beginnende brand te bestrijden voordat de brandweer ter plaatse is.

    Brandblussers worden geclassificeerd volgens het type brand waarvoor ze geschikt zijn: klasse A (vaste stoffen), klasse B (vloeistoffen), klasse C (gassen), klasse D (metalen) en klasse F (spijsvetten). De meest voorkomende types zijn ABC-poederblussers (universeel inzetbaar), CO₂-blussers (geschikt voor elektrische installaties) en schuimblussers (effectief voor vloeistofbranden).

    De Belgische wetgeving vereist dat gebouwen zijn uitgerust met voldoende blusmiddelen. De norm NBN S 21-050 beschrijft de eisen voor de keuze, de plaatsing en het onderhoud van draagbare blussers. Als vuistregel geldt: één blusser per 150 m² met een maximale loopafstand van 15 meter tot het dichtstbijzijnde blustoestel.

    Brandslangenhaspels zijn vaste blusmiddelen die zijn aangesloten op het waterleidingnet. Ze bieden een onbeperkte watervoorraad en zijn eenvoudig te bedienen. De norm NBN EN 671-1 stelt eisen aan het ontwerp en de installatie. De slanglengte bedraagt typisch 20 of 30 meter.

    Het onderhoud van draagbare blusmiddelen omvat een maandelijkse visuele controle (aanwezigheid, bereikbaarheid, druk) en een jaarlijkse keuring door een erkend onderhoudsbedrijf. Na 10 jaar moet een brandblusser worden vervangen of grondig herzien. Brandslangenhaspels moeten jaarlijks worden getest op waterdruk en werking.

    Veelgestelde vragen

    Gerelateerde termen

    Nulmeting aanvragen