Risicoanalyse Brand
Elke werkgever moet volgens artikel III.3-3 van de Codex over het welzijn op het werk een risicoanalyse uitvoeren van het brandrisico op de arbeidsplaats. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de kans dat brandstof, zuurstof en een ontstekingsbron samenkomen, de gebruikte stoffen en processen, het aantal aanwezigen, kwetsbare groepen en de ligging van de lokalen, en worden de waarschijnlijke scenario's en hun gevolgen bepaald. Op basis daarvan neemt de werkgever preventiemaatregelen, en het resultaat komt in het brandpreventiedossier. De wet legt geen vaste methode op; de FOD Werkgelegenheid biedt wel de SOBANE-gids "Risico's van brand of explosie" als hulpmiddel.
Welke factoren moeten erin?
Artikel III.3-3 noemt negen factoren:
- de kans dat een brandstof, een oxidatiemiddel en een ontstekingsbron tegelijk aanwezig zijn;
- de arbeidsmiddelen, de gebruikte stoffen, de processen en hun wisselwerking;
- de aard van de activiteiten;
- de grootte van de onderneming of inrichting;
- het maximum aantal werknemers en andere aanwezigen;
- de specifieke risico's van bepaalde groepen personen;
- de ligging en de bestemming van de lokalen;
- de aanwezigheid van andere ondernemingen op dezelfde of een aangrenzende arbeidsplaats;
- werkzaamheden door externe ondernemingen.
De werkgever bepaalt daarbij de waarschijnlijke scenario's en de omvang van de te verwachten gevolgen.
Van analyse naar maatregelen
- Op basis van de analyse neemt de werkgever materiële en organisatorische maatregelen om brand te voorkomen, een snelle en veilige evacuatie te verzekeren, een beginnende brand snel te bestrijden, de gevolgen te beperken en de hulpdiensten te helpen (art. III.3-4).
- De resultaten en de maatregelen komen in een document dat voor advies naar het Comité gaat (art. III.3-5). Dat document is het eerste onderdeel van het brandpreventiedossier.
- De analyse bepaalt ook het aantal en de breedte van de evacuatiewegen, de omvang van de brandbestrijdingsdienst en de keuze van de beschermingsmiddelen tegen brand.
- Bij de evaluatie houdt de werkgever rekening met de resultaten van evacuatieoefeningen en met eerdere branden en incidenten (art. III.3-6).
Wie voert ze uit?
De werkgever is verantwoordelijk. De interne dienst voor preventie en bescherming werkt mee aan het opsporen van de gevaren en geeft advies over de resultaten, en ook de brandbestrijdingsdienst werkt mee aan de risicoanalyse. Bij werkgevers met minder dan 20 werknemers mag de werkgever zelf de rol van preventieadviseur opnemen.
Methode
De wet schrijft geen methode voor. De SOBANE-gids "Risico's van brand of explosie" van de FOD Werkgelegenheid (bijgewerkt in 2022) werkt in vier niveaus: opsporing, observatie, analyse en expertise. Een nulmeting van uw gebouw kan de basis vormen voor de analyse.
Bronnen
- Codex welzijn op het werk, boek III titel 3 (art. III.3-3 tot III.3-6) — FOD Werkgelegenheid
- Fiche risicoanalyse brand — FOD Werkgelegenheid
- SOBANE-gids Risico's van brand of explosie — FOD Werkgelegenheid
- Toelichting brandpreventie op de arbeidsplaatsen — FOD Werkgelegenheid
Laatst nagekeken op .
Veelgestelde vragen
Gerelateerde termen
Brandpreventiedossier
Elke werkgever moet een brandpreventiedossier bijhouden (Codex art. III.3-24). De 11 verplichte onderdelen, wie het opmaakt en het verschil met het interventiedossier.
Keuring Brandveiligheid
Welke brandbeveiliging moet gekeurd worden, hoe vaak en door wie? Werkgevers: minstens jaarlijks. Elektriciteit: woning om de 25 jaar, anders om de 5 jaar.