Passieve Bescherming

    Brandwerende Deuren

    Een brandwerende deur is een deur die bij brand gedurende een bepaalde tijd vlammen, hete gassen en hitte tegenhoudt. In gebouwen die onder de federale basisnormen vallen, moeten deuren in brandwerende wanden meestal EI1 30 halen: 30 minuten vlamdicht en thermisch geïsoleerd. Toegangen tot trappenhuizen en sassen moeten daarbij zelfsluitend of bij brand zelfsluitend zijn. Zwaardere scheidingen, zoals naar een stookafdeling of een parking zonder sas, vragen EI1 60. De deur wordt getest volgens NBN EN 1634-1, geclassificeerd volgens NBN EN 13501-2 en moet geplaatst worden zoals ze getest is.

    Wat betekenen de letters en cijfers?

    • E: vlamdichtheid (integriteit). De deur laat geen vlammen of hete gassen door.
    • I: thermische isolatie. De temperatuur aan de andere kant blijft beperkt. Het cijfer 1 of 2 geeft aan volgens welke definitie de isolatie is beoordeeld; de basisnormen vragen I1.
    • W: beperking van de warmtestraling.
    • C: zelfsluitend, eventueel gevolgd door een cijfer van 0 tot 5 voor de gebruikscategorie.
    • S: rookdichtheid (Sa of S200).
    • Het getal: het aantal minuten. Deuren worden geclassificeerd van 15 tot 240 minuten.

    Waar vragen de basisnormen een brandwerende deur?

    Voor lage gebouwen waarvan de bouwaanvraag vanaf 1 december 2012 werd ingediend (bijlage 2/1 van de basisnormen):

    • Trappenhuis: toegankelijk vanuit elk compartiment via een zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deur EI1 30. Middelhoge gebouwen (bijlage 3/1) volgen dezelfde regel.
    • Uitgang naar een aangrenzend compartiment: via een deur EI1 30.
    • Technische lokalen: wanden EI 60, toegang via een zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deur EI1 30.
    • Stookafdeling vanaf 75 kW: een zelfsluitende deur EI1 60, of een sas met zelfsluitende deuren EI1 30.
    • Parking: een sas met wanden EI 60 en zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deuren EI1 30, of een deur EI1 60.

    Voor gebouwen met een oudere bouwaanvraag gelden de oorspronkelijke bijlagen, die nog in Rf-waarden (bv. Rf ½ h volgens NBN 713-020) spreken.

    Zelfsluitend of bij brand zelfsluitend?

    • Zelfsluitend: de deur heeft een toestel dat ze in normale omstandigheden altijd dichttrekt.
    • Bij brand zelfsluitend: een automatisch toestel trekt de deur bij brand dicht. Deur en toestel moeten minstens klasse C1 halen volgens NBN EN 16034. Zo'n deur mag in normale omstandigheden openstaan, meestal met een kleefmagneet die de branddetectie loslaat.
    • Niet elke brandwerende deur moet zelfsluitend zijn: voor de uitgang naar een aangrenzend compartiment vragen de basisnormen alleen een deur EI1 30.

    Certificatie en plaatsing

    • De brandweerstand wordt bewezen met de gegevens bij de CE-markering. Zonder CE-markering kan dat met een BENOR- of ATG-goedkeuring of een gelijkwaardige beoordeling.
    • De deur moet geplaatst worden volgens de plaatsingsvoorwaarden waarmee ze haar classificatie behaalde. Een ander kozijn, andere scharnieren of een aangepaste deur kunnen de classificatie tenietdoen.
    • Een gecertificeerde plaatser is wettelijk niet verplicht, maar wordt in de technische goedkeuringen (ATG) aanbevolen, bijvoorbeeld een ISIB-gecertificeerde plaatser.
    • Deuren die nog volgens de oude Belgische norm (Rf, NBN 713-020) getest zijn, mochten tot uiterlijk 1 juli 2022 geplaatst worden en mogen blijven hangen.

    Onderhoud en controle

    De basisnormen leggen geen vaste inspectietermijn voor brandwerende deuren op. Op de werkplek moet de werkgever volgens de Codex over het welzijn op het werk de voorschriften van de fabrikant volgen voor de inhoud en de frequentie van de controles. Een deur die niet meer goed sluit, klemt of beschadigd is, beschermt niet meer zoals geclassificeerd.

    Bronnen

    Laatst nagekeken op .

    Veelgestelde vragen

    Gerelateerde termen

    Advies vragen