Passieve Bescherming

    Brandkleppen in Ventilatiekanalen

    Brandkleppen zijn automatische afsluitkleppen die worden ingebouwd in ventilatiekanalen op de plaatsen waar deze kanalen door brandwerende wanden of vloeren gaan. Hun functie is om bij brand het ventilatiekanaal af te sluiten en zo te voorkomen dat vuur en rook zich via het HVAC-systeem naar andere compartimenten verspreiden.

    Het werkingsprincipe is eenvoudig: een thermisch element (smeltlood of thermische zekering) houdt de klep in open stand. Bij blootstelling aan temperaturen boven de activeringsdrempel (typisch 72°C) smelt het element en sluit de klep onder veerspanning. Moderne brandkleppen kunnen ook elektrisch worden aangestuurd vanuit de brandmeldcentrale.

    De classificatie van brandkleppen volgt de Europese norm EN 15650 en de testmethode EN 1366-2. De brandwerendheid wordt uitgedrukt in EI-waarden, vergelijkbaar met andere brandwerende scheidingselementen. De brandklep moet minimaal dezelfde brandwerendheid bieden als het scheidingselement waarin zij is ingebouwd.

    In de Belgische Basisnormen wordt geëist dat elke doorvoering van een ventilatiekanaal door een brandwerende wand of vloer is voorzien van een brandklep of een gelijkwaardig systeem. Bij complexe installaties wordt soms gekozen voor een brandwerend kanaal dat de compartimentsgrens doorloopt zonder klep.

    Het onderhoud van brandkleppen is essentieel voor hun betrouwbaarheid. De norm NBN S 21-100 en de richtlijnen van ANPI/ISIB schrijven een minimaal jaarlijkse inspectie en functionele test voor. Bij de test wordt gecontroleerd of de klep correct sluit, of het thermisch element intact is en of de klep na sluiting opnieuw kan worden geopend.

    Veelgestelde vragen

    Gerelateerde termen

    Advies vragen