Intumescerende Materialen
Intumescerende materialen zijn stoffen die bij blootstelling aan hitte sterk in volume toenemen (opzwellen) en daarbij een koolstofrijke, isolerende schuimlaag vormen. Deze schuimlaag beschermt het onderliggende materiaal of de constructie tegen de inwerking van brand.
Het werkingsprincipe berust op een chemische reactie die optreedt bij temperaturen tussen 150°C en 300°C. De intumescerende stof bevat typisch drie componenten: een zuurbron (zoals ammoniumpolyfosfaat), een koolstofbron (zoals pentaerythritol) en een blazend agens (zoals melamine). Bij verhitting reageren deze componenten en vormen een stabiel, geïsoleerd schuim dat tot 50 keer het oorspronkelijke volume kan bereiken.
Intumescerende materialen worden in de brandbeveiliging toegepast in diverse vormen: als coating op staalconstructies, als strips en kit rond brandwerende deuren, als manchetten rond kunststofleidingen bij doorvoeringen, en als voegen in brandwerende wanden.
In België moeten intumescerende producten die worden toegepast in de brandbeveiliging zijn getest en geclassificeerd conform de relevante Europese normen. Voor staalconstructies is dit de EN 13381-8, voor doorvoeringen de EN 1366-3.
De levensduur en prestatie van intumescerende materialen hangen af van de omgevingscondities. Vocht, UV-straling en mechanische belasting kunnen de prestaties negatief beïnvloeden. Daarom is regelmatige inspectie en tijdige vervanging van cruciaal belang.